Home Geloven Meditaties Meditatie Advent


Meditatie Advent

“Het volk dat in duisternis ronddoolt
ziet een schitterend licht.”
Jesaja 9:1

 

Het is niet vergezocht om bij ‘Het volk dat in duisternis ronddoolt’ te denken aan ons eigen volk. Steeds meer wint de gedachte terrein dat de grote wereldwijde problemen waar we mee geconfronteerd worden, de kredietcrisis en de opwarming van de aarde, het gevolg zijn van met name ons westerse gedrag. Begrijpelijkerwijs komt de vraag dan boven wat er in het verleden verkeerd is gedaan waardoor we nu moeilijkheden hebben die welhaast onoplosbaar lijken. Hoe moet een mens handelen wanneer hij geen uitkomst ziet? Gaat het daar in het geloof eigenlijk niet altijd om: een oplossing aangereikt krijgen welke je niet zelf kunt organiseren. Dat is in geloof een weg gaan. Wordt het niet hoog tijd dat we dat eens werkelijk gaan doen: opnieuw de reis maken naar Bethlehem!

Wanneer er in het Oude Testament van donkerte wordt gesproken dan is dat altijd vanwege fouten die Israël gemaakt heeft. En fouten maken zij op het moment dat de Here God niet meer in het middelpunt staat. Gaat het in een gezin niet ook zo; wanneer een ouder niet meer met gezond gezag het gezin richting geeft gaan er dingen mis. Zo lezen we in Jesaja 9:1 dat er donkerte is. In zijn profetie legt Jesaja daar ook de oorzaken van op tafel. En dan de geweldig hoopvolle boodschap; er is een schitterend licht. Wij weten wellicht hoe het verder gaat: ‘Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven…’. De heerlijke boodschap van het heil in Jezus Christus klinkt. Zo dadelijk zullen we moeten duiden wat dat voor onze duisternis te betekenen heeft. Maar eerst nog dit: is de diepste reden waarom iemand in de duisternis komt niet deze? Hij of zij ziet God niet meer als het licht. Andere dingen zijn als het licht gaan functioneren. Zolang de Here God als licht in je leven mag schitteren kan de volle nacht niet komen. Het wordt pas nacht in de wereld wanneer de mensheid naar andere ‘schitteringen’ gaat zoeken.

Gelukkig beginnen wij er inmiddels ook van overtuigd te raken dat dat precies is wat wij de laatste tijd hebben gedaan; we zijn gaan geloven in de schitteringen van de dingen. We zijn geluk gaan ontlenen aan wat we vast kunnen pakken. God staat dan niet meer in het midden. Hij was hooguit nog hulp bij de zoektocht naar materieel geluk.

Wat heeft dit nu van doen met Advent: met geloven in ‘een schitterend licht’, met het volgen van Jezus? Alles! Geloven betekent immers dat we God het licht laten zijn, het licht dat Hij ook daadwerkelijk is. Ligt daar niet het geheim van de verlossing? Stel dat we werkelijk samen de Here zouden dienen; God centraal stellen, geloven in het geluk dat de Here God geeft, dan wordt alles anders. Dan zijn we verlost van de kramp.

Maar…. zal de econoom nu verzuchten; wat betekent dit voor de koopkracht, voor de inflatie, voor de rentestand etc. etc. We moeten toch groei hebben, wil de economie gezond blijven! Dat lezen we ook volop in de kranten, met man en macht wordt er gewerkt om de zaak weer vlot te krijgen. Alles wordt opnieuw doorgerekend. Maar is geloven ook niet vooral dit: een weg gaan waarvan de eindbestemming in Gods hand ligt. Geloven is vertrouwen. Als een volk het licht ziet, ziet ze het licht en niets anders. Ze gaat op weg naar het licht. Alleen zo kom je in Bethlehem; door op weg naar het Licht te gaan. Onderweg zal de Here je de weg wijzen. Niet bij voorbaat willen weten waar je uitkomt. Het Licht zelf houdt alles onder controle. Daarop durven vertrouwen, want Hij laat niet varen het werk Zijner handen! Daar gaat het om.

                                                                                              ds. G. van Velzen.