Meditatie april
‘Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten’
Efeziërs 5:14
Nog één keer zingen van Pasen
Er zijn nogal wat bijbeluitleggers die denken dat het bovengenoemde vers een zin is uit een oud-christelijk lied. ’t Zou kunnen, maar het kan evengoed een samenvatting zijn van bijvoorbeeld Jesaja 60:1-3. Daar vind je dezelfde gedachten, maar die worden door Paulus dan vervolgens toegepast voor het christelijke leven. Eigenlijk maakt het niet zoveel uit waar deze bekende regel vandaan komt, het gaat er natuurlijk om dat we de bedoeling kunnen duiden.
De zin ‘Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten’ staat in een gedeelte waarin Paulus allerlei waarschuwingen uit om niet te verzeilen in het ‘donkere leven’. Hij somt talloze voorbeelden op: hoererij, hebzucht, zotte of losse taal etc. Blijkbaar is ‘donker leven’ bij Paulus een leefstijl waarbij je geen rem meer hebt als het gaat om je begeerten. Je doet alles waar je zin in hebt, en we hebben diep van binnen soms hele rare verlangens. Voor Paulus is leven dan ook niet enkel genieten, genieten hoort er bij, maar leven is vooral een gevecht met het kwaad. Het goed is er niet zomaar, daarvoor moet je leren dat God de Here is, dat je door Jezus verlost kan worden van de duisternis, en dat je gaat verlangen naar het reine, het lichte, het goede.
Via dit Paaslied wordt duidelijk dat Pasen meer is dan de opstanding van Jezus Christus. Dat allereerst. God de Vader heeft Jezus opgewekt uit de dood. De trouwe Zoon wordt voluit beloond. Hij mag eeuwig leven, meer nog; Hij krijgt in de hemel de ereplaats aan de rechterhand van God. Dat staat; Pasen is het feest van de opstanding van Jezus Christus. Halleluja! Maar dan zegt Paulus er iets bij, ook wij moeten uit de dood opstaan. Dat zegt hij tegen christenen… Blijkbaar val je als gelovige maar al te snel weer in slaap. Pasen dient ons wakker te schudden. De verleiding is immers groot om middels Pasen in te dutten. Jezus is voor ons gestorven, wat heet, Hij is opgewekt! We kunnen leven dat het een lieve lust is. Telkens weer heeft het christendom de neiging gehad zich zo eenzijdig rijk te rekenen. Pasen is meer, is de uitweg uit de dood.

Daarom: ‘sta op uit de doden’. Dat is dus iets wat je zelf moet doen. Het is een gebod, een opdracht. Alleen dan kan ‘Christus over je lichten’. Geloven is dus oneindig veel meer dan geloven dat Jezus is opgestaan. Wanneer we op belijdeniscatechisatie aan de vraag toe komen: ‘wanneer mag je belijdenis doen?’ zeg ik altijd: ‘wanneer je probeert God in alles de belangrijkste te laten zijn.’ Wanneer je de Here werkelijk Here wilt laten zijn over je leven, dan heb je de goede intentie om Hem te belijden. Zelfs in Efeze was dit geen vanzelfsprekende zaak. Voor je het weet heb je een half Evangelie; wel de beloften, niet de opdracht.
Als je ‘opstaat uit de doden’ zal Christus over je lichten. Hoe doe je dat nou eigenlijk, dat ‘opstaan uit de doden’? Daar gaat het hele hoofdstuk eigenlijk over. Je bent dood terwijl je leeft wanneer je God in je leven niet de belangrijkste laat zijn. Wanneer jij eigenlijk zelf een god bent, wanneer jij wilt schitteren via afgoden.: sex, geld, taal, drank. Je kent dan geen grenzen meer, jij bent je eigen grens. Jij doet wat jij wilt. Er staat niemand meer boven je. Het lijkt vrijheid, maar het is duisternis. Dan, in zo’n situatie, zegt Paulus dat Christus niet over je zal lichten…
Maar het kan anders! Er is een leven in het volle Licht mogelijk. Het enige wat je daarvoor moet doen is reiken naar dat Licht. In het geloofsleven is het onmogelijk om enerzijds te leven alsof jij het doel van alles bent en anderzijds de vrede van Christus te willen smaken. Christus kan zich alleen geven aan degenen die nederig voor God willen zijn. Zo eindigt dit Bijbelgedeelte ook: ‘weest elkander onderdanig in de vreze van Christus.’ (vers 21). Geloven is altijd ‘met twee woorden spreken’. Wanneer je goed naar Paulus luistert gaat het in zijn prediking altijd om twee dingen tegelijk: belofte èn opdracht. De Paasbelofte is duidelijk; er is eeuwig leven mogelijk, de dood heeft niet het laatste woord, je kunt aan dit opstandingsleven deel hebben. Maar alleen dan wanneer je; ontwaakt als je slaapt, en opstaat uit de dood.
Christen-zijn is een manier van leven, dat wordt hier heel duidelijk. Het is het ‘frisse leven met God’. Je weet door je geloof je plek op deze aarde; je mag er helemaal zijn, maar je moet ook weer niet meer willen zijn dan je bent… Christus laat het ons zien; zijn leven is het volle leven. En….Hij geeft je de moed om in het Licht te leven. Hoe bang kunnen we immers niet zijn: bang vanwege schuld, angst om het oordeel van God. Daar mag je in geloof, in vertrouwen op Christus overheen getild worden. En laat het dan gebeuren; leven in het Licht. Leven zoals het bedoeld is. Sta op uit de dood; Christus zal over je lichten!
ds. G. van Velzen.