Inleiding
Wanneer je het christenleven vergelijkt met het maken van een reis naar een leven waarin ‘God alles en in allen zal zijn’, dan kun je de eredienst benoemen als het even ‘op adem komen’ tijdens die reis. Een ‘parkeerplaats’, een Elim dus, om op krachten te komen (Psalm 84:8 ‘Zij gaan voort van kracht tot kracht en verschijnen voor God in Sion’). In die ‘oase’, op die ‘parkeerplaats’, en dus ook tijdens de eredienst, geschiedt veel. Allereerst besef je je, vergelijk daarbij de vele bedevaartsliederen in het Boek der Psalmen, waar je naar toe op weg bent; het Nieuwe Jeruzalem. Maar er is ook de herinnering aan de dingen die fout gingen onderweg; de schuldbelijdenis, er is het plan voor hoe er verder gereisd moet worden (het gebod), er is hopelijk dankbaarheid voor het feit dat de reis gemaakt kan worden (dank en lof), er is zoeken naar hoe God wil dat er gereisd wordt ( de verkondiging), het kasboek wordt bijgehouden ( de collecte ), er zijn gebeden vanwege de zorg over hoe het verder moet tijdens de reis etc. etc. Waar het hier om gaat is dit; de eredienst is, en wordt beleefd als, het hoogtepunt in het leven van de gemeente van Christus, maar het is en blijft onderdeel van een veel groter plan van God met zijn kinderen; we zijn op reis naar…. Zo kunnen alle delen van de eredienst een plek krijgen.